Bedrijven die vandaag scherp met video budgetteren, rekenen niet meer per video. Ze rekenen per kwartaal of per jaar, en plannen één contentcyclus die marketing, sales en HR tegelijk voedt. Bij Majortale start een doorlopend traject vanaf €18.000 per cyclus. Wie ad hoc blijft werken, betaalt vaak meer voor minder bruikbaar materiaal.
De vraag is dus verschoven. Niet meer "hoeveel kost één video?", wel "hoeveel content heb ik nodig over zes maanden, en hoe bouw ik dat slim op?". Dat verandert hoe je je budget bepaalt, en wat je ervoor terugkrijgt.
Hoeveel investeren mid-market bedrijven vandaag in video?
Voor een Belgische KMO met 15 tot 200 medewerkers zien we drie patronen. Eén: ongeveer €15.000 tot €25.000 per jaar voor wie video als ondersteuning ziet bij een paar sleutelmomenten. Twee: €30.000 tot €60.000 per jaar voor wie video als vast contentkanaal gebruikt voor marketing, sales en employer branding. Drie: vanaf €60.000 voor merken waarvoor video de motor is van hun groei.
De ondergrens van de Majortale 2.0 Essentials ligt op €18.000 per cyclus. Geen losse offerte voor één film, wel een structurele productie die in één traject je brand movie, productvideo's, testimonials en een complete bibliotheek aan B-roll oplevert.
Wil je weten wat één afzonderlijke productie kost? Lees de prijsrange van videoproductie in België: dat zit tussen €2.000 en €15.000 per draaidag, afhankelijk van wat je eruit haalt.
Waarom werkt een vast contentbudget beter dan een projectbudget?
Een projectbudget is reactief. Er komt een campagne aan, dus er moet één video komen. Dat lijkt logisch tot je merkt dat je elk kwartaal opnieuw begint, telkens met een nieuwe briefing, een nieuwe crew en een nieuwe stijl. Niets stapelt op.
Een contentbudget is proactief. Je plant één of twee draaidagen per kwartaal, met een duidelijk doel per cyclus, en je trekt er vijf tot tien formats uit. Eén productiedag voedt dan je social media voor een maand, drie sales-decks voor je commerciële team, en de carrièrepagina van HR voor het hele kwartaal.
Bij Champion werkte Majortale rond hun racingweekends in Spa-Francorchamps, Zandvoort en Bol d'Or volgens diezelfde logica: één opnamecyclus, meerdere bestemmingen, van klantactivatie tot aftermovie tot social.
Welke verdeling zien we het vaakst bij groeiende merken?
Het sterkste patroon is een combinatie van drie posten. Strategie en concept krijgt 15 tot 20 procent van het budget. Productie, draaidag, crew en kit krijgt 40 tot 50 procent. Postproductie en formats krijgt 30 tot 40 procent. Exact die verhouding zorgt dat één draaidag tien deliverables oplevert in plaats van één.
Klassieke fout: te veel naar productie, te weinig naar voorbereiding. Mooie beelden, weinig richting, niets dat na drie weken nog gebruikt wordt. Wie zijn budget anders verdeelt, betaalt evenveel, en haalt er drie keer meer uit.
Wat krijg je terug voor zo'n investering?
Een serieuze contentcyclus bij Majortale levert doorgaans één hoofdfilm, vijf tot tien korte formats voor social media, twee tot drie sales-assets en een diepe bibliotheek aan B-roll die je hele team kan inzetten zonder telkens een productiehuis te bellen. Die Collection wordt eigendom van jouw bedrijf, royaltyvrij, voor altijd.
Concreet: een marketeer bouwt binnen tien minuten een LinkedIn-post. Een sales-rep stuurt een aangepaste pitchvideo in één ochtend. HR vervangt een outdated jobvideo voor je volgende vacature loopt. Dat is wat een goed besteed budget vandaag oplevert.
Wil je weten welke verdeling logisch is voor jouw situatie? Ga dan zeker eens babbelen met Majortale.




